Twijfels over je niveau? Beoordeel het hier.
Lees eerst de onderstaande tekst.
Daarna kun je beoordelen of je op niveau zit (Europees Referentiekader – A2 niveau).
Hoi, mijn naam is…
Dag, ik ben Mark. Ik ben de huisarts van Johnny. Johnny komt niet zo vaak bij ons in de praktijk omdat hij heel gezond is, maar laatst had hij een voetbalblessure. Hij had last van zijn knie en van zijn enkel. Gelukkig was het niet ernstig en kon hij een paar weken later alweer met de training meedoen.
In onze praktijk krijgen we heel verschillende mensen. Sommige mensen zijn al wat ouder en komen vooral om met ons te praten. Ze hebben niet zoveel contact met de buitenwereld en voelen zich een beetje alleen. Andere mensen willen alleen een recept voor een medicijn of een verwijsbriefje voor de specialist. Ook zien we steeds meer mensen die op internet gezocht hebben en zelf dokter willen spelen.
Ik vind mijn werk heel leuk en afwisselend. Ik heb de hele dag spreekuur en ’s middags rijd ik tussen een en twee uur visites. Dan ga ik bij oude, zieke patiënten op bezoek. Het is leuk om te zien hoe de mensen wonen en leven. In onze praktijk werk ik samen met drie andere huisartsen. We hebben ook twee assistentes. Gelukkig kan ik goed met mijn collega’s overweg en ga ik iedere dag met plezier naar mijn werk.
Zelfevaluatie niveau A2 van het Europees Referentiekader
Geef aan of je de volgende dingen goed (+), een beetje (±) of nog niet kan (-). Je moet nog veel oefenen met de taalhandelingen waarachter je een min (-) hebt gezet.
| LUISTEREN | + | ± | – |
|---|---|---|---|
| 1) Ik kan begrijpen wat de mensen in een winkel of bij de dokter tegen me zeggen | ☐ | ☐ | ☐ |
| 2) Ik kan de berichten op het station begrijpen | ☐ | ☐ | ☐ |
| 3) Ik kan de belangrijkste informatie van het nieuws begrijpen | ☐ | ☐ | ☐ |
| 4) Ik kan in grote lijnen begrijpen wat mijn Nederlandse buren of vrienden zeggen. | ☐ | ☐ | ☐ |
| 5) Ik kan de instructies van mijn docent goed begrijpen. | ☐ | ☐ | ☐ |
| LEZEN | + | ± | – |
|---|---|---|---|
| 1) Ik kan eenvoudige teksten begrijpen. | ☐ | ☐ | ☐ |
| 2) Ik kan de belangrijkste instructies bij een apparaat of medicijnen begrijpen. | ☐ | ☐ | ☐ |
| 3) Ik kan de belangrijkste informatie in brieven en mails begrijpen. | ☐ | ☐ | ☐ |
| 4) Ik kan korte teksten over mijn werk begrijpen. | ☐ | ☐ | ☐ |
| 5) Ik kan de informatie op straat en in winkels begrijpen. | ☐ | ☐ | ☐ |

